
Een Amerikaanse federale rechter heeft een groepsrechtszaak afgewezen waarin Meta en WhatsApp werden beschuldigd van het heimelijk inzien van berichten die zogenaamd met end-to-end-encryptie zijn beveiligd.
De rechtszaak werd begin 2026 aangespannen door zes WhatsApp-gebruikers uit zes verschillende landen. Volgens de aanklagers konden medewerkers van Meta via interne tools berichten van gebruikers lezen, waaronder verwijderde gesprekken. De beschuldigingen waren grotendeels gebaseerd op verklaringen van anonieme klokkenluiders.
Rechter Rita F. Lin oordeelde dat de aanklacht onvoldoende feitelijk bewijs bevatte en te zwaar leunde op anonieme bronnen. Daarom honoreerde de rechtbank het verzoek van Meta om de zaak te seponeren.
WhatsApp heeft de beschuldigingen altijd ontkend en blijft erbij dat berichten zijn beveiligd met end-to-end-encryptie en alleen door de afzender en ontvanger kunnen worden gelezen.
De zaak is echter nog niet definitief voorbij. De eisers hebben tot 13 augustus 2026 de tijd om een aangepaste aanklacht met aanvullend bewijs in te dienen. Doen zij dat niet, dan wordt de rechtszaak definitief afgewezen.









