
De Medusa-ransomware heeft inmiddels meer dan 500 organisaties wereldwijd getroffen, waarbij kritieke infrastructuur een van de belangrijkste doelwitten is.
Medusa werd voor het eerst ontdekt in juni 2021 en heeft zich sindsdien ontwikkeld tot een ransomware-as-a-service-operatie. Hierbij kunnen criminele partners de malware en infrastructuur van de groep gebruiken in ruil voor een deel van het betaalde losgeld. De groep richt zich op organisaties in onder meer de gezondheidszorg, defensie, industrie, overheid, onderwijs, IT, financiële dienstverlening, verzekeringen en de juridische sector.
Het nieuwste aantal betekent een flinke stijging ten opzichte van maart 2025, toen ongeveer 300 slachtoffers waren geïdentificeerd.
Medusa-aanvallers krijgen vaak toegang via inlogmogelijkheden die ze van andere cybercriminelen kopen. Vervolgens bewegen ze zich door het gehackte netwerk, stelen gegevens, schakelen beveiligings- en back-updiensten uit en versleutelen bestanden. De groep maakt ook gebruik van dubbele afpersing en dreigt gestolen informatie openbaar te maken als slachtoffers niet betalen.
In de Verenigde Staten hebben de FBI, CISA en andere overheidsinstanties gezamenlijk gewaarschuwd voor Medusa. Ze roepen beheerders van kritieke infrastructuur op om kwetsbaarheden snel te verhelpen, netwerken te segmenteren, externe toegang te beperken en verdacht netwerkverkeer nauwlettend in de gaten te houden.









